Home - Geschiedenis en toekomst - Periode 1495-1655

Periode 1495-1655

De schatkamer van het geloof
Een “Gesamtkunstwerk” op een paradijselijk eiland

Na een lange periode van onrust, oorlog en plunderingen beleeft Herkenrode tussen 1510 en 1568 zijn gouden tijd.

Prins-bisschop Evrard van der Marck wil de grensgebieden van zijn rijk versterken. Hij renoveert de burcht in Kuringen en gebruikt zijn enorme rijkdom en invloed om het verzwakte Herkenrode terug op te bouwen. De restauratie- en nieuwbouwprojecten voor de abdij hebben niet alleen te maken met de hachelijke toestand van de kloostergebouwen, maar ook met het sterke verlangen van de religieuze overheid naar een striktere toepassing van de kloostertucht door middel van de clausura, zeg maar het slot op de deur, het leven op een “paradijselijk eiland”.

De hernieuwde devotie uit zich in een waar “Gesamtkunstwerk” voor de abdijkerk. De abdissen doen hiervoor beroep op beroemde Brabantse kunstenaars die hun faam bewezen hebben op Europese hoven. Tijdens de “gouden periode” van Herkenrode bestelt de abdij een schat van religieuze kunstwerken: glasramen, kerktextiel, schilderijen en majolicategels benadrukken de geloofsbelevenis tijdens de eucharistie en brengen een ode aan hun devote mecenassen. Bezoek van hoge gasten van de prins-bisschop zoals Keizer Karel en de latere paus Adrianus VI bevestigen de roem en praal van de abdij in deze beginperiode van de contrareformatie.

Vanaf 1568 worden de gevolgen van de godsdienststrijd en de Tachtigjarige oorlog duidelijk merkbaar op Herkenrode. Ondanks beschermbrieven van machtige personen ondervindt de abdij opnieuw veel schade van het oorlogsgeweld.

Het twaalfjarig bestand van 1609 tot 1621 brengt even rust maar daarna zal het tot 1655 duren vooraleer het geweld afneemt.

Herkenrode EXTRA MUROS

Proef van de abdijproducten

Congres- & feestfaciliteiten

Bronnenwijzer

Nieuwsbrief

logofarm